skip_to_content
(NL)

Urban tree network

02/07/2020Bas Smets
Capture décran 2020 07 01 à 20 49 34

URBAN TREE NETWORK

De mens heeft zich van oudsher gevestigd in valleien waar vruchtbare grond en water in overvloed aanwezig waren. Deze nederzettingen zijn uitgegroeid tot steden door de geleidelijke inname van de landbouwgrond en de kanalisatie van de wispelturige waterloop. De meeste steden hebben zich op korte termijn volledig losgesneden van hun oorspronkelijke reden van nederzetting: de vruchtbare grond werd verhard en de waterloop ingekokerd. Deze breuk met het natuurlijk landschap heeft geleid tot een stedelijk leefmilieu dat steeds efficiënter en artificiëler werd, volledig ten dienste van de mensen die haar bewonen.

Het stedelijk milieu dat we voor onszelf ontworpen hebben, verwijdert zich steeds verder weg van de natuurlijke condities waarin het ontstaan is. We moeten niet naar dat verleden hunkeren, maar een nieuwe stedelijke natuur ontwikkelen die mee kan evolueren met de nieuwe vormen van stedelijkheid waarin we leven. Dit stedelijk landschap moet op schaal zijn van de uitgebreide stad en er intrinsiek deel van uitmaken. Daartoe moet er op zoek gegaan worden naar plaatsen om deze nieuwe natuur te installeren: op de daken en de gevels van de gebouwen, en vooral ook in de ondergrond. Hoe meer de stad zich uitbreidde, hoe meer haar ondergrond ingenomen werd. Eerst kwam de riolering, dan de watervoorziening, vervolgens de gasleiding en de elektriciteit en eventueel ook nog een koker voor de metro. Nog later volgde de telefonie en de glasvezelkabels voor het internet. Elke keer opnieuw werd de stoep opengebroken om een extra kabel toe te voegen. Het resultaat is een heel druk bezette ondergrond vol met kabels en leidingen zonder enige zichtbaarheid of overzicht. Elke organisatie houdt zijn eigen traject bij, maar is geen dialoog tussen de verschillende nutsmaatschappijen. Net zoals bij het begin van de luchtvaart het niet veel uitmaakte wie waar vloog, zijn vandaag alle vluchten strikt georganiseerd in cilindervormige trajecten voor een optimaal gebruik van de beperkte ruimte.

We hebben dringend nood aan een cartografie van de ondergrond. Een heuse stedenbouw van wat zich onder de straten en de stoepen maaiveld afspeelt zal toelaten om een nieuwe relatie met de ondergrond aan te gaan. De oevers van de oorspronkelijke rivier zijn gebetonneerd en de gronden zijn verhard. Het regenwater loopt versneld af naar het laagste punt en veroorzaakt overstromingen terwijl de schaarse aanplantingen niet genoeg water vinden door een dalende waterspiegel. Een betere organisatie van het substraat waarop de stad gebouwd is zal toelaten om het regenwater beter op te vangen en meer vegetatie te voorzien. Door de ondergrond nauwkeurig in kaart te brengen, kan onderzocht worden waar er nog beschikbare ruimte is. Hier kan een leeflaag gemaakt worden waarin bomen kunnen groeien. De openingen rond de boomstammen perforeren het stedelijk tapijt zodat het regenwater opgevangen kan worden onder de leeflaag voor de boomwortels. Zo ontstaat een artificiële aquifer, een ondergrondse waterlaag die zal helpen om de grondwaterspiegel op te laden. In functie van de hoeveelheid grond, oriëntatie, wind moet bekeken welke boom het meest geschikt is voor welke plek.

Dit onderzoek moet gebeuren voor het geheel van de niet bebouwde ruimte van onze steden. Dit zal toelaten om duizenden extra bomen aan te planten in elke stad. Samen zullen deze bomen een onmiddellijke invloed hebben op de lucht- en grondkwaliteit. Fijn stof wordt opgeslagen, koolstofdioxide opgenomen, terwijl het regenwater wordt opgevangen en bladeren verkoeling bieden door evapo-transpiratie.

Net zoals in de natuur een boom zal groeien waar hij kan, moeten we in de stad een boom planten waar hij kan groeien. Het 19e eeuwse idee van ‘embellissement’ of stedelijke verfraaiing moet in de 21e eeuw vervangen worden door een idee van noodzakelijke verbetering van de levenskwaliteit. Er is geen compositie, enkel een protocol: waar kan wordt geplant. De ondergrondse randvoorwaarden moeten begrepen worden als een stedelijke versie van de natuurlijke belemmeringen. Een riolering neemt de rol over van een ondergrondse waterloop, de metrokoker die van een ondoordringbare rotsformatie. Het resultaat is een opportunistische optimalisatie van het aantal aanplantingen, net zoals in een natuurlijk gegroeid bos. De gebouwde stad krijgt zo een nieuw stedelijk landschap. Ondergronds zal leven ontstaan in de leeflagen, terwijl bovengronds dieren aangetrokken worden.

Bomen zijn één van de meeste gevoelige levende organismen op aarde. In tegenstelling tot de dieren kunnen zij zich niet verplaatsen, maar zijn genoodzaakt zich aan hun veranderende omgeving aan te passen. Bomen hebben zich daarom gespecialiseerd in het precies opmeten van hun leefmilieu. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft geleid tot het inzicht dat bomen in staat zijn om eigenschappen als temperatuur, luchtvochtigheid en luchtvervuiling nauwkeurig op te meten. Deze kennis laat hen toe om er een gepast antwoord op te bieden. Twee gekende voorbeelden hiervan zijn het afstoten van bladeren bij lagere temperaturen als de winter nadert, of het verhogen van de fotosynthese bij een hoger gehalte aan koolstofdioxide om meer bladgroei aan te maken.

Het nieuwe inzicht in de intelligentie van planten en bomen zal in de nabije toekomst waarschijnlijk ook ingezet kunnen worden in de stedelijke leefomgeving. Als dit wetenschappelijk onderzoek zich verder ontwikkeld zou dit een radicale doorbraak kunnen betekenen voor onze relatie met de stad. Eenmaal we toegang hebben tot de kennis van de bomen, kan het geheel van de bomen ingezet worden als netwerk van uiterst gevoelige sensoren. Deze informatie zou verzameld kunnen worden in een ‘Urban Tree Network’, dat toelaat om in real-time de karakteristieken van de lucht en de ondergrond van elke straat te kennen!

Dit netwerk zal informatie opleveren die op veel manieren ingezet kan worden: gaande van het in kaart brengen van de luchtkwaliteit of de hoogte van de waterspiegel, tot een efficiënter irrigatiesysteem waarin de bomen zelf hun watertoevoer bepalen. Bomen zullen kunnen verwittigen bij hoge wind en een takbreuk melden. Kortom het stedelijk bomennetwerk biedt een platform van informatie over de conditie van het stedelijk milieu waarin zij en wij samenleven.

De cartografie van de ondergrond toont de mogelijkheden voor een stedelijke natuur, terwijl de verbeterde kennis van de bomen zal kunnen leiden tot een vernieuwde symbiose tussen mensen, dieren en planten.

Bas Smets
www.bassmets.be